foto cmc

Blog evangelist

René Strengholt 17 - 06 - 2016

Is missionair een hype?

Sinds de eeuwwisseling is het woord missionair aan alle kanten op het kerkelijk erf in Nederland in opkomst. Elke kerk heeft ‘missionair’ hoog op de agenda. Is er sprake van een hype? Het hangt er maar vanaf wat je onder missionair verstaat. Als je het ziet als een poging het tij van de kerkverlating te keren door allerhande interessante activiteiten naar buiten toe, dan kan missionair iets doenerigs en hijgerigs krijgen. En roept het bij anderen moeheid op . “We moeten al zoveel, waarom kunnen we niet gewoon kerkzijn”. Is missionair inderdaad een extraatje bovenop of naast  het ‘gewone’ kerkzijn? Is het iets voor enthousiastelingen?

Wat is missionair eigenlijk? Het is het bijvoegelijk naamwoord afgeleid van het latijnse woord missio ‘zending’ en mittere, ‘zenden’. In het latijnse Nieuwe Testament  is het de vertaling van de griekse woorden waar o.a.  ons woord apostel ‘gezondene’ van afkomstig is. Missionair betekent dus niets anders dan ‘gezonden’. Het drukt primair niet iets uit wat we doen, maar wat we als kerk en als gelovige zijn: door Jezus gezonden in de wereld. Het gaat dus om de vraag: waarom zijn we er als kerk, wat is onze identiteit? Waarom verzamelde Jezus een kring volgelingen om zich heen en zond Hij hen uit naar de einden der aarde?

De populariteit van het woord missionair is niet alleen een modeverschijnsel, maar heeft ook te maken met een herbezinning op het waarom van het kerkzijn. Die herbezinning is in de 20e eeuw op gang gekomen door de andere plek die kerk in de samenleving kreeg. In de ‘christelijke’ landen werd de kerk steeds minder de religieuze uitdrukking van het christelijk karakter van de samenleving. Steeds meer werd zij een minderheid in een overwegend seculiere omgeving. Maar de westerse kerk is ook een minderheid geworden in het wereldchristendom, waarin het zwaartepunt is verschoven naar het zuiden en het oosten. De wereld is niet meer te verdelen in een christelijk domein en daarnaast zendingsgebieden. In de laatste decennia is het besef gegroeid dat heel de wereld zendingsgebied is, en zeker ook West-Europa. Je hebt niet een bestaande kerk en daarnaast of daarbovenop zending. Nee, de kerk is zending, kerkzijn is gezonden zijn in de wereld. In die zin zou je niet hoeven te spreken over een missionaire kerk, omdat ze dat per definitie is.

Dat we het woord missionair toch zo vaak in de mond nemen laat denk ik zien dat we nog aan het leren zijn wat het betekent om als kerk in onze postchristelijke samenleving gezondene te zijn. We zijn als kerk wezenlijk missionair, maar missionair zijn gaat niet vanzelf. De vele discussies over zending in de afgelopen decennia laten dat zien. Is onze zending vooral verkondiging? Of is het vooral dienstbaar zijn aan de naaste in nood en aan een rechtvaardige wereld? Is de kerk er ten dienste van haar zending en gaat zij op in haar betekenis naar buiten? Of heeft de kerk ook een doel in zichzelf, om er voor God en voor elkaar te zijn? In het Nieuwe Testament heeft de kerk een dubbele identiteit: zij is geroepen uit de wereld om er voor God en voor elkaar te zijn; zij is gezonden in de wereld om er voor anderen te zijn. Metaforen als ‘licht voor de wereld’ en ‘zout van de aarde’ drukken dat heel kernachtig uit. Ook zie je in Handelingen en de brieven dat de kerk hierbij niet iets statisch is, maar leert en verandert in de ontmoeting met ‘de wereld’. Zending is niet alleen iets geven, maar ook iets leren. En het begint met ontvangen. Ontvangen van wat God ons geeft in Christus. Volgende keer verder over wat missionair nou eigenlijk is.