foto cmc

Blog evangelist

René Strengholt 14 - 04 - 2017

Wat je ontvangt is bedoeld voor je buren

Missionair lijkt een modewoord. Sommige mensen associëren het woord met een last die op gemeenten en gewone christenen wordt gelegd, alsof missionair betekent dat er zoveel (anders) moet. Anderen leven op bij het woord en verlangen naar een kerk die daadwerkelijk wat betekent voor haar omgeving. In feite is het woord missionair niet anders dan een bijvoeglijk naamwoord bij het woord missio, ‘zending’, en drukt het uit dat de kerk en gelovige gezonden is. De volgelingen van Jezus zijn door Hem gezonden, de wereld in, als getuigen van hun Heer. “Zoals de Vader Mij gezonden heeft, zend Ik ook u”. (Johannes 20:21). In dit licht is missionair meer dan een modeverschijnsel. Het hoort wezenlijk bij het christen-zijn en kerk-zijn van alle tijden.

In het afgelopen halfjaar heb ik op de Vormingscursus van de Christelijke Gereformeerde Kerken lessen mogen verzorgen over de twintigste-eeuwse Engelse zendingstheoloog J.T. Lesslie Newbigin (1909-1998) en met name over zijn visie op de missionaire kerk. Dit was ook het onderwerp van mijn eindscriptie aan de TUA in 2006. In dit en een volgend artikel wil ik iets vertellen over Lesslie Newbigin en hoe hij aankeek tegen het missionair-zijn van de kerk. Het is de moeite waard om hierin naar zijn stem te luisteren, omdat hij nauw betrokken was bij de discussies over kerk en zending in de tweede helft van de 20e eeuw. Hij heeft een plek in het rijtje invloedrijke zendingstheologen van de 20e eeuw. Zijn visie is in de praktijk van zijn zendingswerk in Zuid-India ontstaan en heeft zich verder ontwikkeld in de discussies die speelden in de kringen van de internationale zendingsbeweging en oecumenische beweging. In de laatste twintig jaar van zijn leven was hij een belangrijke stem op het gebied van zending in de westerse cultuur. Zijn omvangrijke oeuvre omspant meer dan 50 jaar, met als belangrijkste thema’s de zending en de eenheid van de kerk, maar bijvoorbeeld ook de ontmoeting van het evangelie met de diverse religies en culturen. 

In zijn visie op zending geeft Newbigin een centrale plaats aan het gewone, plaatselijke kerkelijke leven en aan het volgen van Jezus in het leven van elke dag. Zending is niet een zaak van professionals of enthousiastelingen. In zijn werk in Zuid-India in de jaren ’40 en ’50 - eerst als ‘districtszendeling’, later als bisschop van de protestantse Church of South India – merkte hij dat veel dorpskerkjes op het platteland erg afhankelijk bleven van de zendingsorganisatie uit wiens werk ze ontstaan waren. Newbigin daagde hen uit zichzelf te zien als volwaardige kerken, als plaatselijke gestalten van de kerk van alle tijden en alle plaatsen, die zelf verantwoordelijk zijn voor de zending in hun plaats. Hij maakte zich hard voor een lokaal, niet-betaald leiderschap van die gemeenten, dorpelingen die naast hun werk een ambt bekleedden of een taak hadden. Kerk-zijn en christen-zijn, hoe pril ook, betekent gezonden zijn in de eigen omgeving. Kerk is zending. Wie Jezus heeft leren kennen als Heer en Verlosser en verbonden is met Hem, heeft ook deel aan zijn zending in de wereld. Wat je ontvangt in het geloof is bedoeld om te delen, is bedoeld voor je buren. Newbigin wilde de vaak prille plaatselijke gemeenten waar hij kwam helpen om zich niet alleen met de eigen agenda en zorgen bezig te houden, maar haar leven te delen met de mensen om haar heen en diep betrokken te raken bij hun noden en vreugden. Zoals Jezus ook diep betrokken was op de mensen die op zijn pad kwamen.

Zending is voor Newbigin niet allereerst iets wat wij moeten organiseren of maken. Zending vloeit voort uit het kennen van en delen in de liefde van Christus. Zending en getuige zijn is geen last maar een gave, een vrucht van het werk van de Geest in de gemeente en in de gelovige. Newbigin noemt zending liefde die overvloeit, vreugde die overvloeit, genade die overvloeit, of : lofprijzing en dankbaarheid in actie. De zending in de wereld is Gods zending, Gods werk. Als kerk en als gelovige mogen we deelnemen aan die zending. Newbigin was dikwijls verrast over de weg waarlangs mensen tot Christus kwamen. Allerlei ‘gewone’ woorden en daden van gemeenteleden speelden hier een rol in. Maar geen mens had het kunnen plannen. De strategie lag in de handen van de Heilige Geest. Waar het voor de kerk op aan komt, om bruikbaar te zijn in Gods zendingswerk, is om trouw te zijn. Trouw aan Christus en het evangelie, trouw aan elkaar, en trouw aan de mensen om haar heen. Waar een gemeente niet voor zichzelf leeft, maar voor Christus en voor haar naasten, daar mag je erop vertrouwen dat de Heilige Geest haar woorden en daden, hoe ‘gewoon’ ook, kan gebruiken voor zijn werk in de levens van mensen.

René Strengholt, missionair werker van de Protestantse Gemeente Delft

Artikel geschreven voor het Christelijke Gereformeerde 'Kerkblad voor het Noorden'

Gebruikte literatuur

Lesslie Newbigin, Unfinished Agenda: An Autobiography. Eerdmans - Grand Rapids, 1993.

Lesslie Newbigin, The Household of God: Lectures on the Nature of the Church. London, 1953.

Lesslie Newbigin, Zending in het voetspoor van Christus. Bijbelstudies, Merweboek -Sliedrecht, 1989.

Lesslie Newbigin, The Open Secret: An Introduction to the Theology of Mission. Revised edition. Eerdmans - Grand Rapids, 1995.

Lesslie Newbigin, The Gospel in a Pluralist Society, Eerdmans - Grand Rapids, 1989

R.F.J. Strengholt, Liefde in actie. Bouwstenen voor een missionaire kerkvisie in de theologie van J.E. Lesslie Newbigin, Doctoraal-II scriptie Apeldoorn, 2006.